Je huis is eindelijk goed geïsoleerd, de tocht is weg en de energierekening is een stuk vriendelijker geworden. Maar met dikke isolatie en kierdichting komt er ook een probleem bij: je huis ademt niet meer vanzelf. Vochtige lucht uit de badkamer en keuken blijft binnen hangen, ramen beslaan en in het ergste geval krijg je last van schimmel. Precies daarom is ventilatie met warmteterugwinning, kortweg WTW, de afgelopen jaren steeds vaker het sluitstuk van een verbouwing geworden. En sinds 1 januari 2026 is er een extra reden om ernaar te kijken: de Rijksoverheid geeft er voor het eerst ISDE-subsidie voor.
Tot dit jaar viel ventilatie buiten de subsidieregeling die je kende van zonnepanelen, warmtepompen en isolatie. Wie een WTW-systeem liet plaatsen, betaalde de volle prijs zelf. Die situatie is nu veranderd, en dat verschuift de rekensom voor huiseigenaren die twijfelen of de investering de moeite waard is.
Wat is een WTW-systeem precies
Een WTW-installatie voert vervuilde, vochtige lucht af uit je huis en haalt tegelijk verse buitenlucht naar binnen. Het slimme zit in de warmtewisselaar: die onttrekt de warmte uit de afgevoerde lucht en gebruikt die om de binnenkomende buitenlucht voor te verwarmen. Je ventileert dus continu, zonder dat je koude tocht binnenlaat en zonder dat je de warmte die je al hebt betaald zomaar de schoorsteen in blaast.
Er bestaan twee hoofdvarianten. Een centraal systeem werkt via een netwerk van kanalen door het hele huis en heeft één unit op zolder of in de meterkast. Een decentraal systeem plaatst kleinere units per ruimte, wat handiger is als je achteraf verbouwt en geen kanalen door het hele huis wilt trekken.
Zo werkt de nieuwe subsidie
Sinds 1 januari 2026 valt ventilatie onder de ISDE, de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing. Je krijgt eenmalig 400 euro subsidie voor een energiezuinig ventilatiesysteem, maar er zit een belangrijke voorwaarde aan vast: je moet de subsidie aanvragen binnen 24 maanden nadat je ook minstens één isolatiemaatregel hebt laten uitvoeren. Ventilatie alleen is niet genoeg, de gedachte van de overheid is dat isoleren en ventileren hand in hand gaan.
Niet elk kastje met een ventilatorknop komt in aanmerking. Voor een centraal balansventilatiesysteem met warmteterugwinning geldt een minimaal rendement van 85 procent en een capaciteit van minstens 125 kuub per uur. Decentrale systemen moeten minimaal 80 procent rendement halen bij een capaciteit vanaf 80 kuub per uur. Een systeem dat je zelf koopt en aansluit telt niet mee, de installatie moet door een erkend installateur worden uitgevoerd. Wil je precies weten of jouw situatie in aanmerking komt, dan zet Milieu Centraal de voorwaarden overzichtelijk op een rij, en de officiële aanvraag zelf loopt via het eLoket van RVO.
Wat kost het en wat levert het op
Voor een gemiddelde bestaande woning reken je op 3.000 tot 6.000 euro voor een centraal WTW-systeem inclusief montage. Moet er nog breekwerk gebeuren om kanalen weg te werken, dan loopt dat bedrag al snel op richting de 8.000 euro. Daar komt jaarlijks onderhoud bij van zo'n 100 tot 250 euro, vooral voor filters die je regelmatig moet vervangen. Na 15 tot 20 jaar is de unit zelf aan vervanging toe.
Met de 400 euro subsidie erbij verandert de terugverdientijd niet dramatisch, maar elke euro helpt bij een investering die toch al tussen de 3.000 en 8.000 euro ligt. Het systeem loont het meest in een woning die al goed geïsoleerd is, zoals nieuwbouw of een woning waar je net triple glas hebt laten plaatsen. In een tochtig huis met enkel glas en dunne muren is de winst van warmteterugwinning veel kleiner, en is het slimmer om eerst te isoleren voordat je aan ventilatie denkt.
De nadelen die je vooraf moet weten
Een WTW-systeem is geen wondermiddel. De unit maakt geluid, en als hij op een verkeerde plek staat, in een gangkast tegen de slaapkamer bijvoorbeeld, kan dat storend zijn. Goedkopere modellen zijn hoorbaarder dan de betere merken. Ook koelt het systeem niet, in de zomer heb je er dus niets aan tegen hitte in huis. En zonder goede afstelling kan de lucht in de winter juist droger aanvoelen, iets waar mensen met gevoelige ogen of huid last van kunnen krijgen.
De terugverdientijd is met 10 tot 20 jaar bovendien lang, zeker vergeleken met een nieuwe verwarmingsketel, die zich vaak binnen een paar jaar terugbetaalt. Wie vooral op korte termijn wil besparen, kijkt dus eerst naar isolatie en een efficiënte ketel, en pas daarna naar ventilatie.
Voor wie is de stap nu logisch
De subsidie maakt WTW niet ineens goedkoop, maar ze verlaagt wel de drempel voor huiseigenaren die toch al aan het verbouwen zijn. Ben je bezig met een grote renovatie waarbij je isoleert, dan is het slim om de ventilatie in hetzelfde traject mee te nemen. De aannemer ligt er dan toch al, en je voorkomt dat je over een paar jaar alsnog moet breken voor kanalen. Sta je nog aan het begin van een verduurzamingstraject, begin dan bij isolatie. Dat betaalt zich sneller terug en maakt een eventueel WTW-systeem daarna pas echt effectief.